columns en opinies

Columns en opinies

 

 

 

Geachte Arno Rutte,

 

De afgelopen jaren mocht ik een aantal muzikanten van zeer nabij volgen. Het was een verademing om zulke gepassioneerde en hardwerkende mensen op vaak onchristelijke tijden aan het werk te zien. En om te merken wat hun muziek teweegbracht. Emoties en ervaringen die niet in cijfers of euro’s zijn uit te drukken.

 

Voor sommige mensen is dat moeilijk te bevatten. “Kunstenaars, leuk dat ze bestaan hoor, maar ze moeten niet teveel kosten.” Op de website van de VVD las ik de standpunten over cultuur (maar liefst drie alinea’s). Ik licht er één citaat uit: “Alleen cultuurmakers die behoorlijk in staat zijn hun eigen broek op te houden, kunnen voor bepaalde projecten een subsidie krijgen.”

Curieus, dacht ik: een maker kan goed leven van zijn of haar werk, dus geven we een bonus. Het is wel een treffende samenvatting van hoe de partij onze samenleving van winnaars en verliezers wil bewerkstelligen.

 

Als het aan de VVD had gelegen dan waren we dus ook verschoond gebleven van die ene schilder van lik-me-vestje uit Zundert…kom…hoe-heet-ie-nou, die rooie met dat rare oor.

 

Maandag richtte u tijdens de behandeling van de cultuurbegroting de partijpijlen op de popmuzikanten, omdat ze te veel subsidie krijgen. “Wie niet kan leven van zijn werk, is gewoon geen muzikant.”

Ik moet toegeven, het is wel lekker overzichtelijk: Gordon is overduidelijk een muzikant, net als Frans Bauer en Anouk. Marc van der Holst en Joost Dijkema zijn dat dus niet. Wie? Zoek laatstgenoemden gerust even op via YouTube, zodat Google ook nog iets aan ze kan verdienen.

 

Zijn zij dan luie uitvreters die de hele dag op de bank liggen te wachten op inspiratie, hangend aan het subsidie-infuus? Als íets mij de afgelopen jaren heeft gefrappeerd is juist hoe hard de meeste muzikanten ervoor werken en hoe schrikbarend weinig ze daarvoor vaak krijgen betaald.

 

De helft van de popmuzikanten, zo bleek vorig jaar uit onderzoek, verdient niet meer dan 9000 euro bruto per jaar.

 

In uw optiek zijn dit dus gewoon geen echte muzikanten. Zou het? Veel grotere talenten dan Joost Dijkema lopen er volgens mij niet rond. Hij is zelfs officieel stadsmuzikant van Groningen (een erebaantje, dat niets oplevert. Maar het staat zo goed op z’n cv). Joost kan waarschijnlijk binnen afzienbare tijd leven van de muziek, maar nu nog niet.

 

Ik was wel nieuwsgierig naar die enorme subsidies die al die pseudopopmusici opstrijken. Dus deed ik navraag bij vier muzikanten: een van hen kreeg ooit een keer geld voor een korte tour in de VS. Structurele subsidies? Nooit gekregen.

 

Op Radio 1 mocht u later uw standpunt toelichten. Wat bleek: de popmuzikant is volgens u helemaal geen kunstenaar. Het is wel aardig om te weten dat u in uw vrije tijd actief bent als zanger van Harige Harry and The Ladyshavers (Rock & Roll met een knipoog! zoals jullie eigen website meldt). Ik kan iedereen verzekeren, dat heeft inderdaad niets met kunst te maken.

 

Op de radio zei u: “Popmuziek, de naam zegt het al, is populaire muziek die volledig door het publiek moet worden gedragen. Ik vind het niet gezond als ze subsidie krijgen. Het is ook niet goed voor de muziek.”

 

Maar u bent heus niet tegen popmuziek hoor. U wilt kijken of de “infrastructuur” in aanmerking komt voor subsidie. “Zorg dat er goede podia zijn waar mensen kunnen optreden.”

Nou meneer Rutte, die hebben we in overvloed hoor, in Nederland. Ik mag graag wat bladeren door het boek Hey Ho, Let’s Go - Poppodia in Nederland, een bijna surrealistisch overzicht van poptempels die aan het begin van deze eeuw verrezen in Nederland. Elke middelgrote stad wilde zich plots op de kaart zetten en liet voor soms tientallen miljoenen euro’s een nieuw of grootschalig gerenoveerd poppodium bouwen.

Het gros is inmiddels al een keer failliet verklaard of in grote financiële problemen geraakt: 013, Atak, de Vorstin, Effenaar, Metropool, Mezz, P3, P60, Patronaat, Tivoli Vredenburg, Watt. En dit rijtje is niet eens compleet.

 

Veel podia zijn zo duur dat ze alleen renderen bij een volle zaal, wat een vlakke programmering in de hand werkt. Bij diverse podia zijn de vrijwilligers vervangen door professionals. Medewerkers van die poppaleizen krijgen, als het goed is, volgens de CAO-normen betaald. Behalve… u raadt het al….de muzikant. Bij de gesubsidieerde poppodia –zo is ook onderzocht- is de gage voor muzikanten bij bijna de helft van de optredens minder dan 100 euro.

 

En toch zegt u: “het rechtstreeks en zwaar subsidiëren van popmuzikanten willen wij niet meer.”

 

Ik brandde ondertussen van nieuwsgierigheid naar de omvang van deze enorme misstand. Hoeveel overheidsgeld strijken die duizenden muzikanten eigenlijk op met elkaar? Aan het einde van de uitzending kwam de zwaar gesubsidieerde aap uit de mouw: het gaat over een bedrag van…tromgeroffel… in totaal 3 á 5 miljoen euro. Waarvan een groot deel naar één band gaat, die grappig genoeg De Staat heet.

 

Dit bespottelijke totaalbedrag was bijna een reden om dit stuk niet te schrijven. Ik bedoel: er zijn Ierse bands die voor zo’n bedrag niet eens de moeite nemen om hun brievenbus aan de Amsterdamse Zuidas te legen.

 

Maar ik doe het toch, omdat muzikanten er zelf nooit over zullen zeuren. Zij gaan toch wel door met muziek maken. Zoals er ook Kamerleden schijnen te zijn die de politiek niet in zijn gegaan vanwege het geld, maar puur uit idealisme - uiteraard wel tegen een vergoeding van € 107.000 per jaar plus een OV-jaarkaart voor de 1e klasse en nog wat vergoedingen ter grote van een compleet jaarsalaris van een gemiddelde popmuzikant.

 

Zo hebben veel muzikanten ook een innerlijke noodzaak, om hun stem te laten horen via de muziek. Om ons even op te tillen van deze steeds meer door de economie gedicteerde wereld.

 

Zullen wij, als beschaafd land, die muzikanten daar een heel klein beetje bij steunen?

 

Dank u.

 

(gastcolumn voor Radio Glasnost, 11 december 2017)

© 2016 - Igor Wijnker