Hoofdstuk uit Rock City

Afscheid van de gezelligste muziekbunker van Nederland

Maar het meeste verhuist mee: van de boomschorsen tot het Viadukt-gevoel

 

In maart 2017 sloot Het Viadukt na 43 jaar en een legendarisch slotfeest voorgoed zijn deuren. Het goedkoopste en niet altijd ideale oefenruimtecomplex, dat zo’n grote stempel op de Groningse popmuziek heeft gedrukt. Vergeten door de gemeente, gesloopt voor de vooruitgang. Verslag van de laatste weken van dit relaxte muziekhol en levenswerk van beheerder Sieto Kiewiet. Geschreven in de tegenwoordige tijd.

 

Op een doorsnee repetitieavond in januari merk je weinig van het verkeer op een van de drukste wegen van Noord-Nederland, op enkele meters boven de hoofden. Met zeventien oefenhokken valt het ook zelden stil. Maar zodra je de trap neemt en de immense opslag- en werkruimte betreedt hoor je het: monotoon gedreun van autobanden die over een richeltje gaan. KADDAN KADDAN…KADDAN KADDAN. Door de ronde ramen zie je de schaduwen van de eindeloze stoet aan auto’s en vrachtwagens van de BV Nederland. Onder de voeten dreunen de bassen. “O, dat is Ortega,” zegt Sieto Kiewiet, “een van de hardere bands die hier repeteren.”

 

Kiewiet is al ruim een kwarteeuw beheerder van Het Viadukt en de meest relaxte man van Groningen. Hij wijst naar het hoge betonnen plafond, dat warempel lijkt te bewegen. “Als er echt een zware overheen komt dan zie je hem daar zelfs een beetje inzakken.”

Onveilig hebben Kiewiet en collega-beheerder Edwin Pot zich nooit gevoeld. Behalve die ene dag in 1990. “De tl-bakken begonnen te rammelen en kwamen bijna naar beneden. We dachten dat de boel zou instorten en renden meteen naar buiten, keken omhoog en zagen een hele colonne Leopardtanks passeren.”

 

Het heeft voor- en nadelen, zulke onverschillige bovenburen. Klagen over het geluid doen ze niet, maar vooral in de winter komt het smeltwater overal doorheen, legt Kiewiet uit. “Boven op de weg heb je van die voegstrippen die er geregeld uit liggen en dan heb je het hier echt blank staan. Dat moeten we dan intern oplossen en dakgoten ophangen om dat water af te vangen. Dat komt Rijkswaterstaat echt niet voor ons doen.”

 

We staan tussen een ratjetoe aan spullen die je niet direct met een oefencomplex associeert: een oude kachel, een nog oudere trapnaaimachine, portretten in lijst, kasten met beschimmelde paperassen en gezelschapsspelen. “Hier zie je het resultaat van twintig jaar lang spullen die je niet wil weggooien en een ruimte van duizend kubieke meter tot je beschikking hebben.”

 

Al spreekt hij nu op persoonlijke titel. “Edwin wilde alles weggooien. Ik ben wat nostalgischer aangelegd, kan moeilijk afstand doen.” Zelfs van dat rolgordijn met de niet echt gangbare breedte van 9,5 meter. “Misschien sla ik het om m’n tuinhuis, dan hoef ik nooit meer te schilderen. Ik vind het ook gewoon mooi materiaal. Je kunt het ook in de grond steken en wegscheppen en dan heb je een badkuip. Of een vijver.”

 

Dat zijn zorgen voor later, waar Kiewiet even niet aan moet denken. Zijn hoofd zit vol genoeg. Bovendien is het koud hier. “Zullen we eerst even een peukie en een biertje doen voor we een rondje lopen?”

 

Begeleid door dat typische Viadukt-geluid – een kakofonie van meerdere bands- lopen we via de bovenloop richting de bar. Kiewiet blijft even stilstaan en kijkt naar beneden naar het podium. “Dit is ècht een fantastisch plekje om naar concerten te kijken. Het geluid is hier heel mooi, scheelt net even wat dB’s.”

 

De bar is een geliefde plek. Voor sommige muzikanten is de repetitieavond zelfs hun enige uitgaansavond. De kroeg heeft ook alles: een knusse zithoek, flipperkast, goede muziek en gezellige lui. En oud meubilair. Het lijkt wel of het rechter zitkussen van een van de lederen banken de vorm van een zeker persoon heeft aangenomen. Het is toevallig precies de plek waarop Kiewiet neerploft. Asbak op minder dan een armlengte. De antirooklobby heeft in deze bar nooit voet aan de grond gekregen. Het rookgedeelte is aanzienlijk groter en comfortabeler dan het rookvrije deel en dan is rookvrij ook een ruim begrip: de twee tussendeuren staan wagenwijd open - zo klinkt de muziek beter in de rookruimte. “Ik heb in de wet gelezen dat de ruimte afsluitbaar moet zijn,” zegt Kiewiet grijnzend, “en dat is-ie dus. Maar ik weet niet of ik ermee weg kom. Gelukkig weten de instanties ons niet zo goed te vinden.”

 

Bepaald uitnodigend oogt Het Viadukt ook niet: naast die enge fietstunnel, met de slecht verlichte parkeerplaats, graffiti op de muur en nergens ramen. Alleen een vage deur zonder naambord, waarachter de onwetende passant alleen maar schimmige zaken kan vermoeden. Die speelden zich hier ook jarenlang af (zie kader). “We zitten hier echt in ons hol,” zegt Kiewiet. “Een beetje sektarisch is het wel, ja. Dit is onze safe space.”

 

Toch klanten genoeg. Met zeventien oefenhokken waarin elke week zo’n 120 bands repeteren is Het Viadukt weliswaar niet meer het grootste oefencomplex van Nederland, maar hoogstwaarschijnlijk nog wel het goedkoopste: 5,70 euro voor een dagdeel repeteren. “Andere oefenruimten hebben een winstoogmerk. Wij zijn een stichting, daarom kunnen we de prijs laag houden.” De mond-tot-mondreclame doet de rest. Al had de grote concurrent graag gewild dat het Mon-tot-Monreclame heet. Zonder dat ziekenhuispropere oefencomplex tekort te willen doen, mag worden gesteld dat de kraamkamer van de Groningse muziekwereld zich in Het Viadukt bevindt.

 

Met de bar als het zeer vruchtbare epicentrum. “Dit is wel een broedplaats hoor,” zegt Sieto. “Er wordt heel wat bekokstoofd, vooral ’s avonds laat. En natuurlijk is er ook wel eens een knallende ruzie. Dan hoor je de slaande deuren en zie je mensen heen en weer lopen.”

Maar vaak vinden de muzikanten hier ook weer een nieuwe band.

Toen Quince Jones na twaalf jaar stopte met zijn Cream-coverband Whipped Cream, hield hij de oefenruimte aan en speelde wekelijks in z’n eentje. “Bas, onze bassist, zag mij hier bezig met keyboard en gitaar en vroeg of ik in z’n reggaeband wilde.” Al snel groeide hij uit tot de bandleider en liedjesschrijver van Reggaeriders.

 

Jones is een van de vele vertrouwde gezichten in het oefencomplex en de man die nagenoeg alle optredens in Het Viadukt heeft vastgelegd op film. De Welshman belandde in 1978 per ongeluk in Groningen (‘ik gaf iemand een lift’) en is nooit meer weggegaan. “Groningen was meteen paradise.”

Al dertig jaar lang repeteert hij hier een keer in de week. “Het Viadukt, dat is mijn kerk. Een unieke plek. Je hebt allemaal muzikanten hier, met eenzelfde mindset. Soms ligt hier een hele avond een smartphone of portemonnee op de bar. Er zijn ook geen regels. Iedereen heeft respect voor elkaar en dan heb je geen regels nodig.”

 

Een avonddienst is nooit een zware opgave voor de beheerder. “Ik ben hier graag om te flipperen, een biertje te drinken en af en toe stiekem een blowtje te roken,” zegt Kiewiet. “Dat sociale is ook een onderdeel van mijn werk. Ik zie het ook helemaal niet als werk. Ik ben dit ooit als hobby begonnen en zo zie ik het nog steeds.” Kiewiet en Pot, beiden bassist, mogen dat ook graag cultiveren.

Toen ze op Facebook berichtten dat de werkomstandigheden op het nieuwe complex op Industrieterrein Driebond ideaal zijn, plaatsten ze daarbij een foto van zichzelf in herkenbare pose: achterover leunend op een stoel bij de ingang. Dat het geen opschepperij is bewijst Google Street View. Zoom maar ‘ns in op Euvelgunnerweg 17.

 

(Dit is het eerste deel uit het verhaal over Het Viadukt. Verder lezen? Bestel het boek hier, of bij de betere winkelier.)

 

© 2016 - Igor Wijnker